
Het geslacht Paraneetroplus bezit soorten die alle voorkomen in de sneller stromende rivieren in Zuid Mexico.
De dieren hebben zich aangepast om te leven in de stroming dit noemen we rheophile soort. Ze zij erg slank van bouw en hebben een ondertaande mond. Deze onderstaande mond gebruiken ze om algen en aufwuchs van de stenen te grazen.
Jammer genoeg worden Paraneetroplus in Nederland maar zelden gehouden door de liehebbers tot voorkort was Bulleri het meest voorkomende in de Nederlandse hobby, Maar dit is al vlug aan het veranderen en ik denk dat er nu meer Paraneetroplus gibbiceps in omloop zijn dan bulleri.
De soorten in dit geslacht zijn:
- Paraneetroplus bulleri Regan, 1905
- Paraneetroplus gibbiceps (Steindachner, 1864)
- Paraneetroplus nebuliferum (Günther, 1860)
- Paraneetroplus omonti Allgayer, 1988
Alle soorten komen dus in Mexico voor in de andere Midden Amerikaanse landen komen geen Paraneetroplus voor.
De reden dat ze weinig worden gehouden heeft te maken met de kleine nesten die ze produceren maar ook de gevoeligheid. Als ook de voeding het zijn toch wel gevoelige vissen.
Het aquarium voor dit soortvissen kan het beste een kantlengte van minimaal 2meter hebben en een zeer krachtige stroming. Een leuk feitje is dat de ouders de eitjes niet bewaaieren zoals andere Midden Amerikaanse cichliden doen. Maar ze laten dit de stroming doen waardoor een stroming een echte must is voor het kweken van deze soort vissen