Astatheros altifrons

De altifrons is een soort uit het geslacht Astatheros ze waren voorheen ingedeeld bij de Amphilophus.
Maar nu zitten ze in het geslacht Astatheros samen met een aantal soorten die er veel op lijken om maar enkele soorten te noemen : robertsoni,rostratum.
De herkomst van deze soort is terug te vinden in Costa Rica en Panama. Waar ze voorkomen in rustigere gedeeltes van de rivieren.
We hebben globaal gezien twee varianten, een variant die hoog van bouw is en een variant die veel lager compacter van bouw is.

Aquariumervaringen
Altifrons zijn zeer rustige bewoners die het beste in een groepje kunnen worden gehouden in het aquarium.
Ze moeten wel de kans krijgen om hun gedrag te laten zien dus zandhappen… dus een zandbodem is een must.
Als men ze dit niet geeft dan kan er agressief gedrag ontstaan.. maar ook kunnen de vissen stress krijgen en infecties.
Veel aardeters nemen een hap bodemsubstraat en spoelen dit in de mond de restjes spugen ze weer uit de fijne deeltjes gaan via de kieuwen (hiermee kunnen ze parasieten bij de kieuwen ook weg spoelen)
De eetbare deeltje zullen ze bij het zandziften opeten.
Verder moeten we rekening mee houden dat deze vissen graag open zwemruimte hebben.
Zodat ze als groepje kunnen zandhappen en ook voldoende schuilplaatsen in de vorm van holen en voldoende keien en stukken wortelhout in het aquarium.

Het aquarium voor deze soort mag zeker niet te klein zijn voor een groepje jonge dieren volstaat een aquarium van 150x50x50cm. Maar als ze groter worden dan is het beter om ze over te plaatsen naar een aquarium van 200x60x60cm.
De soort kan gehouden worden als harem maar mooier is het om ze als groepje te houden.
Hierdoor komt het mooie groepsgedrag met een rangorde ook naar voren wat weer een mooi gedrag geeft.

Medebewoners voor deze soort kunnen o.a. zijn: 
 

-          Cryptoheros altoflavus
-          Cryptoheros nanoluteus
-          Cichlasoma calobrense
-          Cichlasoma tuyrense
-          Tomocichla asfraci

Maar ook andere medebewoners in de vorm van levendbarenden en zalmachtige maar ook bodembewoners als grondels, meervallen kunnen prima dienen als medebewoners voor deze soort.
Ze zullen niet agressief reageren op de medebewoners.

Waterwaarden voor deze soort zijn redelijk van belang. Hou ze vooral niet te koel want dan krijgen ze infecties. Een temperatuur van rond de 28 graden is prima voor deze soort.
Ook de PH mag niet te hoog zijn een PH zo rond de 6.5  a 7.0 is prima voor deze dieren.
Verder is het van belang dat er wekelijks een waterverversing zal worden doorgevoerd zodat de vissen continu schoonwater ter beschikking hebben.

Voeding.
Deze soort kan het beste gevoerd worden met zinkend voer.. ze eten namelijk geen voer aan de oppervlakte.
Goed voer voor dit soort vissen zijn garnaalachtige,stukjes mosselvlees,Grammarus, maar ook groenvoer in de vorm van doperwten of ander klein zinkend voer eten ze prima.
Als hoofdvoer kunnen we het beste droogvoer gebruiken in de vorm van zinkende pellets in afwisseling met vlokkenvoer en ander voer.
Zelf heb ik goede ervaringen met 1 keer in de week wat steurvoer (Zinkende korreltjes) te geven aan dit soort vissen.
 

Lengte/kweek
Bij deze soort zullen de mannen zo rond de 25cm kunnen worden waarbij de vrouwen achterblijven in de groei en zo rond de 18 a 20cm zullen worden.
Sommige mannen kunnen een lichte bultvorming (al kan ik beter schrijven een knik in het voorhoofd) krijgen.
De geslachtsverschillen tussen mannen en vrouwen is bij dieren van rond de 12cm goed te zien dan zijn mannen forser en vaak ook kleurrijker dan vrouwen. Maar ook zijn mannen dan veel hoger van bouw.
De kweek bij deze prachtige soort is een verhaal apart. Ze zullen een plekje uitzoeken in het aquarium.
Vaak zal dit plekje zich bevinden in de buurt van fijn zand want dit hebben ze nodig bij de kweek.
De dieren leggen hun eieren op een stuk steen of hout af. En zullen daarna de boel verdedigen.
Om de eieren te camoufleren doet het vrouwtje er fijn zand over strooien zodat ze eieren niet opvallen voor rovers.
De jongen komen na een dag of 3 uit het ei en zullen dan in een van te voren gegraven kuiltje worden ondergebracht.
Waar ze nog zeker een dag of 7 a 8 zullen verblijven tot ze uiteindelijk gaan vrijzwemmen.
De dieren verdedigen hun jongen goed tegen de medebewoners en houden doorgaans de broedzorg lang vol.
Het opkweken van de jongen is lastig ze zijn gevoelig voor darminfecties maar ook voor schimmelinfecties en openscheur ziekte waarbij een pluisje begint op de flank wat later openscheurt naar een groot gat toe.
Dit is tegen te gaan door ze zo ruim mogelijk te houden en te zorgen voor voldoende schoonwater.

Afsluiting
Deze soort zien we in de Belgische/Nederlandse cichliden hobby niet veel. Jaren geleden werden ze veelvuldig aangeboden in winkels. Maar de laatste tijd is het erg stil omtrent deze soort.
Gelukkig zijn er via een import zending weer dieren in omloop gekomen hopelijk blijven ze her en der hangen zodat er later ook weer nakweek van te verkrijgen is.
Dit is een mooie soort voor mensen die een aquarium willen inrichten met een mooie cichlide soort als hoofdbewoner. En bijvissen en andere kleinere cichliden er omheen.
Wie ze heeft wees er erg zuinig op.!